STAP 3

Het reliëf

In Vlaanderen of in Nederland zin er nauwelijks hoogteverschillen, waardoor je als wandelaar geen rekening moet houden met het reliëf. Ga je wandelen in de Ardennen of in de Alpen, dan moet daar wél rekening mee houden. Het maakt immers een groot verschil of je een licht hellende vallei volgt, op een vlak plateau wandelt of een steile helling moet beklimmen of afdalen. Een wandeling met veel hoogtemeters is immers veel zwaarder dan een wandeling over dezelfde afstand op vlak terrein. 

Daarom beelden goede wandelkaarten niet alleen het landschap af, ze geven ook informatie over het reliëf. Als je goed kunt kaartlezen, dan weet je hoe je het reliëf op een kaart tot leven kunt wekken. Je ziet dan geen vlakke kaart meer, maar het lijkt alsof je vanuit een vliegtuig naar het landschap kijkt: je ziet bergkammen, valleien, hoge plateau’s en lage vlaktes.

De hoogtelijnen tonen het reliëf

Het reliëf wordt op een kaart weergegeven door hoogtelijnen. 

Hoogtelijnen zijn lijnen op de kaart die punten van gelijke hoogte met elkaar verbinden. Op onderstaand kaartje zie je hoe de hoogtelijnen als bruine lijnen worden weergegeven. 

We hebben drie hoogtelijnen over een korte afstand met een rood potlood geaccentueerd. Op één van die lijnen zie je hoe de hoogte is aangegeven: 200 meter (boven de zeespiegel). Het hoogtecijfer wordt steeds zo afgedrukt dat de helling onder het cijfer lager en boven het cijfer hoger is. Als je weet dat op deze kaart de hoogtelijnen om de 10 meter zijn getekend, dat weet je dat de andere twee lijnen 210 en 220 meter aangeven. 

Bergtoppen worden door een punt met een cijfer aangegeven.

Op onderstaande kaartje hebben we een bergtop met een rode lijn omcirkeld. Het is een heuvel van 229 m hoogte in het bos van Freyr.

Hoogtelijnen op de Belgische Topo25 kaart. 

Het reliëf van een berg

Om te illustreren hoe hoogtelijnen tot stand komen, tekenen we het reliëf van een eenzame berg.

Op onderstaande foto zie je een berg in Groenland waarvan we het reliëf willen tekenen. We verdelen hiertoe de berg in horizontale schijven van 100m. Omdat deze berg op meer dan 1000 meter hoogte ligt, is er een eerste schijf van 1200 m, daarna een schijf van 1300 m en ook een van 1400 m. Het hoogste punt van de bergt ligt op 1482 m en haalt net niet de schijf van 1500 m.

Kaartlezen - Reliëf

Op de kaart zie je deze schijven als concentrische hoogtelijnen rond elkaar. Het hoogste punt wordt op de kaart met een punt aangeduid.

Door het patroon van de hoogtelijnen te bestuderen komt het reliëf tot leven. 

  • De hoogtelijnen die elkaar omcirkelen wijzen op een berg. 
  • Waar de hoogtellijnen dichter bij elkaar staan, wordt er op een kleinere afstand meer hoogteverschil gewonnen. Dit betekent dat de helling hier steiler is.
  • Waar de de hoogtelijnen verder uit elkaar staan, stijgt de helling over een groter afstand. De helling is hier dus minder steil. 
  • Er is een plaats waar de hoogtelijnen heel ver uit elkaar staan, daar is het terrein veel vlakker. Aan weerskanten van deze plaats is de helling steiler. Dit stukje terrein is een vlakker plateau, een ideale plaats om je tent op te zetten. 
Reliëf, hoogtelijnen, equidistantie
De equidistantie

De equidistantie is een moeilijke term voor het hoogteverschil tussen twee hoogtelijnen. Worden de hoogtelijnen op een kaart om de 20 meter getekend, dan is de equidistantie van die kaart 20 meter. Tekent men de hoogtelijnen om de 5 meter, dan bedraagt de equidistantie 5 meter.

Niet elke kaart heeft dezelfde equidistantie. Dat komt omdat niet elke streek een even uitgesproken reliëf heeft. Op een kaart van een bergstreek met grote hoogteverschillen en steile hellingen is 20 meter een veel gebruikte equidistantie. In vlakke gebieden zoals Vlaanderen of Nederland kiest men voor een kleiner hoogteverschil, 5 meter of minder. Indien men in het vlakke Vlaanderen immers ook voor 20 meter zou kiezen, dan zouden er op de kaart nauwelijks hoogtelijnen te zien zijn. En omgekeerd, indien met in een bergstreeek om de 5 m een hoogtelijn zou tekenen, dan zou de kaart onleesbaar worden door het teveel aan hoogtelijnen.

Je moet de equidistantie kennen als je de hoogte van een punt op de kaart wil bepalen. Je vertrekt dan van een hoogtelijn waar een cijfer op staat, en je telt het aantal hoogtelijnen tussen die hoogtelijn en het punt waarvan je de hoogte wil kennen. Vermits je de equidistantie kent, kan je uitrekenen hoeveel hoger (of lager) je punt ligt tegenover de hoogtelijn met een gekende hoogte. 

De equidistantie is steeds in de legende van de kaart aangegeven. Vind je de equidistantie niet terug, dan kan je ze makkelijk zelf berekenen. Zoek op de kaart twee hoogtellijnen met een hoogte aanduiding, tel hoeveel hoogtelijnen er zich tussen deze twee lijnen bevinden en deel het hoogteverschil door het aantal tussenliggende hoogtelijnen.

Het nulpunt

Hoogtes op een kaart worden uitgedrukt tegenover de zee. Een berg van 2000 m hoogte bevindt zich dus (ongeveer) 2000 meter boven de zeespiegel. Wat het precieze nulpunt is hangt af van land tot land, want elk land kiest zijn eigen nulpunt. Doorgaans kiest men daarvoor een punt nabij de zee, bij laag tij. 

In België ligt dat punt in Oostende, voor Nederland heeft men een punt in Amsterdam gekozen. Zwitserland, dat niet aan zee ligt, heeft als referentiepunt een punt aan het meer van Genève, waarvan de hoogte berekend is tegenover een nulpunt aan de Middellandse zee.

Omdat elk land zijn eigen nulpunt heeft, kan de hoogtes van plaats die op kaarten van verschillende landen staat verschillen. Het verschil kan tot een 30-tal meter bedragen. Wil je dus de hoogtes van twee kaarten van verschillende landen vergelijken (bijvoorbeeld kaarten in de Alpen van Zwitserland en Italië), zoek dan een gemeenschappelijk punt op een overlappende kaart en je kent het verschil.  

Bekijk je de digitale kaart op je GPS, dan zal je merken dat men hiervoor wereldwijd een éénduidige hoogte heeft gekozen, die dezelfde is voor alle landen.

Scherm­afbeelding 2026-09-25 om 11.39.09

In België ligt het nulpunt in Oostende en het hoogste punt in Botrange. 

Om toch maar een hoogte van 600 m te bereiken heeft men bovenop Botrange een kunstmatig heuveltje van 6 meter aangelegd.

Het reliëf op een kaart lezen

Op onderstaande tekening zie je het hoogteprofiel tussen de boerderij van Lennes en het gehucht Gemelenne. Dit hoogteprofiel werd getekend op de rode lijn die je in de bijhorende kaart terugvindt.

De boerderij van Lennes bevindt zicht op een hoogte van 220 m. Je ziet dit op de kaart door de hoogtelijnen af te lezen. Rechts onder de naam ‘Les Bruyères’ zie je de vette hoogtelijn van 150 meter. Volg je de helling, dan kom je na 4 dunne hoogtelijnen en een vette hoogtelijn het cijfer 200 m tegen. De equidistantie van deze kaart is dus 200m -150m = 50 / 5 hoogtelijnen =10m. De boerderij bevindt zich 2 dunne hoogtelijnen hoger dan de hoogtelijn van 200m, dus op 220m.

Volg je vanaf de boerderij de lijn van het profiel, dan merk je dat de hoogtelijnen eerst nog ver uiteen liggen. Je loopt hier op vlak gebied op een hoogte van 220m. Dit vlakke plateau is heel geschikt voor akkerbouw, die op de kaart wit ingekleurd is.

Eenmaal je het bos (groen) bereikt, volgen de hoogtelijnen elkaar snel op: je daalt hier via een steile helling doorheen gemengd bos tot aan het kasteel van Freyr, dat aan de Maas (op 100m) ligt. In de vlakke vallei heeft men de regionale weg N96 aangelegd. 

Vanaf de Maas neemt het reliëf weer toe: er is de steile helling met dicht opeenvolgende hoogtelijnen tot aan een smal plateau op 200 meter,  waarop de N95 ligt. Daarna duiken we de vallei van de Lesse (100 m) in, met opnieuw snel opeenvolgende hoogtelijnen. De spoorweg ligt in deze vallei, en doorboort rechtsonder op de kaart de meander met de Pont du Tunnel. 

We verlaten tenslotte het bos en bereiken het gehucht Gemelenne, dat zich opnieuw bovenop een plateau (op 160m) bevindt waar de hoogtelijnen verder uit elkaar liggen.

Het hoogteprofiel van Lennes tot Gemelenne.

De Topo 25 kaart van Freyr (klik om te vergroten)

Herken een berg en een put op de kaart

Het patroon van de hoogtelijnen is zowel voor een berg als voor een put gelijk: de hoogtelijnen omcirkelen elkaar. Wil je weten of je voor een berg of voor een put staat, dan moet je de de hoogteaanduidingen lezen. 

Teken een pijltje in de richting waarin de hoogtelijnen lager worden. Bij een berg worden ze lager naar buiten toe, bij een put naar binnen toe. Bij een berg is het hoogste punt middenin de cirkels gelegen, bij een put is dat het laagste punt.

Een heuvel en een put op de kaart: in beide situaties zie je concentrische cirkels met hoogtelijnen. 

Je moet de hoogte aanduidingen lezen om af te leiden of het om een heuvel of om een put gaat.

Herken een dal en een heuvelkam op de kaart

Ook een vallei en een heuvelkam kun je aan het patroon van de hoogtelijnen herkennen: ze worden weergegeven door bochten die in bovenliggende en onderliggende hoogtelijnen terugkomen.

Je kan met een het verschil tussen een heuvelkam en een vallei makkelijk herkennen. Teken pijltjes loodrecht op de hoogtelijnen die van hoog naar laag wijzen. 

  • Bij een heuvelkam wijzen de pijltjes van elkaar weg. 
  • Bij een vallei wijzen de pijltjes naar elkaar toe.
Hoogtelijnen, reliëf, vallei
P1000657B2S

Vragen / Aanvullingen

Niet gevonden wat je zocht?  Stel hier je vraag!

Niet gevonden wat je zocht?

Stel hier je vraag!