Tour du Mont Blanc: Wandeldagboek

Tour du Mont Blanc

Planning

De voorbereiding van zo’n populaire trekking als de Tour du Mont blanc begint bij snel plannen en héél vroeg boeken. Alle accommodatie in de buurt van de route is immers supersnel volgeboekt.

Alhoewel. We zullen onderweg twee Amerikaanse meisjes ontmoeten die helemaal niks op voorhand geboekt hebben. Ze hebben wél hun tent bij, en wisselen campings af met last minute logies. Dat is een slimme optie, maar dan moet je wel het extra gewicht van je tent meesleuren.

Wij kiezen niet voor bivakkeren maar boeken berghutten en kleine hotelletjes. Dat kan handig met de website ‘Montourdemontblanc’. Je kunt hier opeenvolgend logies zoeken en zo stap voor stap je winkelmandje vullen. Daarna kan je het hele pakket in één beweging bevestigen en betalen. Dat is superhandig, maar het is toch wat puzzelen als je etappes met haalbare afstanden wil boeken. Wij plannen onze TMB bijna een jaar op voorhand, en toch moeten we de staprichting omdraaien omdat op een bepaald traject alle hutten reeds volgeboekt zijn. Van twee Nederlanders horen we later dat ze de TMB vlot via een reisorganisatie boekten, maar ook dat verloopt niet vlekkeloos, want ze hebben een heel stuk een taxi moeten nemen om een traject van 40 kilometer te overbruggen.

Je kan de TMB op 9, 10 of 11 dagen stappen. Daarbij laat je het aantal dagen niet alleen afhangen van je fysieke conditie, maar ook van de nog vrije mogelijkheden om te overnachten. Wij kiezen uiteindelijk voor 11 etappes. Dat is wat veel, maar het geeft ons heel wat tijd om van het landschap te genieten en zo hebben we geen extra rustdagen nodig.

De wegwijzer bij Planpraz.

Chamonix en de eerste etappe

Na een korte dag autorijden naar Chamonix logeren we in hotel … ‘Le Chamonix’. Het is een oud hotel met krakende houten vloeren en een karig ontbijt. Maar de ligging is prima: het hotel ligt pal in het centrum. We besluiten om meteen nog wat de shoppen, want Chamonix is hét centrum van speciaalzaken voor trailrunners. We kijken onze ogen uit naar al het superlight materiaal dat in de Benelux nog niet te koop is. Als onze bankrekening voldoende geplunderd is, rusten we uit met een Apérol spritz op een terras. Daarna wagen we ons aan een stevige kaasfondue. Die levert genoeg calorieeën voor de eerste etappe, en misschien wel voor de hele toer.

De volgende dag parkeren we de auto aan een langtermijntarief in de ondergrondse parking Du Brévent. Daar nemen we de skilift naar Planpraz. We starten hiermee iets verder dan het officiële startpunt in Les Houches. Het maakt niet uit, we zullen op het einde een stuk extra wandelen en zo toch de volledige toer maken.

We gaan op weg en vorderen snel, want het pad is breed en gemakkelijk. Misschien wel iets té gemakkelijk. Maar deze route wandel je niet voor de pittige paden. Het zijn vooral de fenomenale uitzichten op de besneeuwde toppen van het Mont Blanc massief die deze trail zo beroemd maken. In de namiddag wordt het pad toch interessanter, er zijn zelfs een reeks afdalingen met laddertjes. Zo komen we aan in Tré-le-Champ, waar we slapen in de Gîte La Boërne. Het is een eeuwenoude boerderij die al te vaak verbouwd is. De slaapzalen zijn veel te krap, de douches zijn kramikkel, maar het is er wel reuzegezellig en het eten is prima. We blijven nog lang napraten met een Amerikaanse die met haar moeder zonet de volledig trek heeft gedaan, mét de tent. Wonderfull!

Bonjour in Zwitserland

De volgende etappe is een traject dat druk bewandeld wordt. We merken het aan de vele tegenliggers. Ze zijn ontzettend vriendelijk en zeggen ‘Bonjour’ met accenten uit de hele wereld: ‘Bonzjoer’, ‘Bongoer’ en zelfs het onbegrijpelijke ‘Boenoer’. Na zo’n honderd keren ‘Bonjour’ zeggen, overwegen we om een bordje met ‘Bonjour’ op onze wandelhoed te spelden. Misschien hadden we voor de rust toch beter de TMB in de andere richting gestapt, zoals iedereen.

We verlaten Frankrijk en komen aan in Zwitserland. Alles is hier prima geregeld, maar het logies is duur en nogal onpersoonlijk. De slaapzalen zijn voorzien van een soort high-tec slaaphokken: ze hebben een stalen frame, gordijntjes, een opbergschuif en een nachtlampje met USB aansluiting. Het avondeten is stelt weinig voor: simpele chili con carne voor veel te veel geld. Dat zal de volgende dagen niet veel beter zijn, tot we aankomen in de Gite Alpage de La Peule. Daar is het net omgekeerd: het regent binnen, maar de Roemeense familie van dienst kookt fantastisch. De route in Zwitserland is eerder matig. Soms lopen we op een geasfalteerde weg, soms op een pad dat je zó terug in de Ardennen projecteert. Gelukkig is het traject in Zwitserland vrij kort.

Punaises in Italië

Zodra we Zwitserland verlaten wordt de route een stuk interessanter. In de gietende regen bereiken we het hooggebergte en we klimmen tot aan de Grand Col Ferret (2537 m) op de grens tussen Zwitserland en Italië. Het klaart op en we vragen een groepje Japanse wandelaars of ze van ons een foto willen nemen, met de grenspaal op de achtergrond. We dalen af tot aan de Rifugio Elena waar we een schitterend uitzicht hebben op de Triolet gletsjer. Daarna gaat het verder tot aan het eindpunt van de dag, de Rifugio Bertone.

We krijgen er meteen een paar grote plastic zakken waarin we al onze spullen moeten opbergen. De refuge heeft immers last van ‘punaises’. Dat zijn bedwantsen die zich vanuit Frankrijk verspreid hebben. Ze reizen razendsnel met de TGV en nestelen zich overal waar ze een bed vinden. We nemen meteen het voornemen om thuis onze rugzak een weekje buiten te hangen. In de hut knopen we een gesprek aan met een Vlaamse vader en zoon. Ze maken nog snel samen een huttentocht voor de zoon het huis verlaat en start met zijn studie geneeskunde. En nee, hij heeft niet gesjoemeld met de examenvragen.

Bella Ciao met de trekzak

We komen vroeg aan in de Refuge Des Mottets en installeren ons met een groot glas bier in een chaise longe. Vanop onze heuvel hebben we uitzicht op een kleine weide met schattige ezeltjes, waartussen af en toe een marmot komt piepen.

Het avondeten is hier nogal speciaal. Een jongeman komt het gezelschap ‘verblijden’ met een harmonica, en iedereen zingt uit volle borst mee. Ook de Amerikanen links van ons, die vertellen dat ze democraten zijn uit Californië. En ook de Amerikanen rechts van ons, republikeinen uit Texas. Tot onze verbazing zingen ze allemaal luidkeels ‘Bella Ciao’ mee. Ik vertel mijn rechterbuur dat dit een partizanenlied is uit de tweede wereldoorlog, gezongen door strijders tegen het fascisme van Mussolini. En dat het daarna een communistisch strijdlied werd. Misschien kent hij het uit de Netflix-serie La Casa de Papel? Hij kijkt me wat meewarig aan, gelooft niks van wat die Europeaan allemaal beweert, en zingt vrolijk verder. We klinken met ons bier en zingen luidkeels mee: vanavond zijn we allemaal partizaan!

Terug in Frankrijk

We dalen af tot Les Chapieux, een piepklein bergdorp met een toffe camping, een café met een winkeltje en een gezellig terras. Het dorp maakt zich alvast klaar voor de winter, want dan is alles hier afgesloten omdat de toegangsweg door sneeuw versperd is. Na dit dorp is het terug klimmen, helemaal over de Col du Bonhomme. Zo gaat dat met de TMB: telkens op en af, van dorp tot bergpas. Er zijn elke dag flink wat hoogtemeters te overwinnen.

Na een lange afdaling bereiken we het stadje Les Houches, met het officiële startpunt van de TMB. We maken een foto bij de startpoort, ook al moeten wij nog en heel stuk extra stappen naar Chamonix. Het is wel een heel mooie etappe, met als afscheid een schitterend zicht op de Mont Blanc himself. Met de skyline functie van onze telefoon benoemen we één voor één alle bergtoppen. Als we in Planpraz aankomen is de cirkel rond. We nemen de skilift terug naar het dal en reppen ons naar het centrum van Chamonix voor een Apérol op hetzelfde terras waar we startten.

Vragen / Aanvullingen

Niet gevonden wat je zocht?  Stel hier je vraag!

Niet gevonden wat je zocht?

Stel hier je vraag!