De moeilijkheidsgraad van een (berg)pad

Bordje met wandelpaden in de Alpen

De moeilijkheidsgraad van een (berg)pad

In Vlaanderen en Nederland zijn er nauwelijks moeilijke paden: zand, modder en een diepe plas zijn zowat het meest uitdagende terrein dat je moet overwinnen.

Dat verandert als je naar de bergen trekt. Er zijn smalle paden, steile afgronden, rotshellingen en sneeuwvelden. Sommige paden zijn voor beginnende wandelaars veel te moeilijk of zelfs ronduit gevaarlijk. Ga je wandelen in de bergen, dan moet je je bewust zijn van de moeilijkheidsgraden van paden, zodat je geen route kiest die voor jou te moeilijk is.

In dit artikel lees je alles over de technische moeilijkheidsgraden van wandelpaden. Wil je ook weten welke fysieke conditie je voor een wandeltocht nodig hebt, lees dan het artikel ‘ De fysieke uitdaging van een wandeltocht‘.

Een voorbeeld van de technische en fysieke uitdaging van een wandeltocht.

Wandelschalen en klimschalen

Om bergsporters te helpen met het kiezen van een geschikte route zijn er wandel- en klimschalen opgesteld die de moeilijkheidsgraad van een route weergeven. 

In dit artikel vertellen we alles over wandelschalen. Wil je meer weten over de moeilijkheidsgraden van klimroutes, dan kan je daarvoor terecht op de website van de NKBV.

Elk land hanteert een eigen wandelschaal

Alle Alpenlanden hanteren een of andere wandelschaal om de moeilijkheidsgraad van hun paden te beoordelen. Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië hebben elk hun eigen wandelschaal ontwikkeld. Frankrijk en Spanje hebben geen eigen wandelschaal, deze landen gebruiken de Zwitserse schaal. 

In onderstaande tabel hebben we de verschillende schalen naast elkaar geplaatst. 

Moeilijkheidsgraden van bergpaden

Wandelschalen in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië

Het verschil tussen wandelroutes en alpiene routes

De wandelschalen uit de bovenstaande tabel maken een onderscheid tussen ‘wandelroutes’ en ‘alpiene routes’.

De meeste wandelaar houden het bij ‘wandelroutes’. Het zijn routes met geen of beperkt valrisico waarvoor je buiten een paar stevige bergschoenen en een paar goede wandelstokken geen speciaal materiaal nodig hebt. 

Alpiene routes zijn voor wandelaars die wel valrisico’s nemen. Wil je zo’n route volgen, dan moet je zeker beveiligingsmateriaal (klimgordel, beveiligingstouw, stijgijzers en een piolet) voorzien. Kun je met dit materiaal niet overweg, wandel dan op eigen houtje geen alpiene routes en laat je vergezellen door een ervaren berggids. 

Denk niet te snel dat ‘wandelroutes’ nogal flauw zijn: de moeilijkste wandelroutes vormen de grens met alpiene routes en kunnen best voldoende pittig en uitdagend zijn.

Moeilijkheidswaardering van een wandelroute

Binnen de wandelroutes maken de meeste wandelschalen het onderscheid tussen drie soorten routes: gemakkelijke, gemiddelde en moeilijke routes. De Zwitserse schaal hanteert een nog fijnere verdeling in 6 verschillende moeilijkheidsgraden.

Gemakkelijke routes (blauw)

  • Lopen over goede en brede wandelpaden.
  • Zijn uitstekend gemarkeerd.
  • Zijn nooit erg steil en er is nauwelijks risico op een valpartij.
  • Je kan deze routes ook bij regenweer stappen.
  • Dit zijn routes voor iedere wandelaar met een redelijke conditie. 
  • Een paar goede wandelschoenen volstaan.

Gemiddelde routes (rood)

  • Lopen over smalle en steile wandelpaden. 
  • Ruw terrein met blokkenvelden en sneeuwvelden is mogelijk.
  • Moeilijke of risicovolle passages zijn beveiligd met kabels en laddertjes.
  • Kijk uit bij regenweer, dan zijn de rotsen gevaarlijk glad. 
  • Overweeg bij regenweer om je tocht uit te stellen of om een gemakkelijker route te kiezen.
  • Dit zijn routes voor ervaren bergwandelaars met voldoende tredzekerheid. 
  • Stevige bergschoenen en goede wandelstokken zijn een must. 

Moeilijke routes (zwart)

  • De paden zijn steil en moeilijk. 
  • Soms ontbreekt het pad en moet je je eigen weg zoeken.
  • Er zijn steile afgronden, rotsblokken, puinhellingen en sneeuwvelden. 
  • Er is enig valrisico, evenwel zonder dat beveiligingsmateriaal noodzakelijk is.
  • Dit zijn routes voor ervaren bergwandelaars met een zeer goede tredzekerheid die weinig last hebben van hoogtevrees.
  • Stevige bergschoenen en goede wandelstokken zijn een must. Neem een beveiligingstouw mee als er in de groep wandelaars met minder ervaring zijn.

Kijk uit met zwarte routes. Ze grenzen aan alpiene routes en het komt voor dat hun moeilijkheidsgraad wat onderschat is. Je loopt dan eigenlijk een lichte alpiene route, waarvoor je misschien toch liever beveiligingsmateriaal bij had. Blijkt een route voor jou te moeilijk, neem dan geen risico’s en keer op je stappen terug.

Hou er ook rekening mee dat wandelschalen bedoeld zijn voor zomerse omstandigheden, wanneer de winterse sneeuw verdwenen is. Ga je in juni op wandel in de Alpen, dan kunnen er nog grote sneeuwvelden zijn waar je touw en stijgijzers nodig hebt. 

Waar vind je de moeilijkheidsgraad van een pad?

In de Alpen vind je aan de start van elk bergpad duidelijke informatieborden met wandeltijden en moeilijkheidsgraden. In andere gebergten zoals de Pyreneeën of de Kaukasus zijn er veel minder of zelfs geen informatieborden. Je moet dan zelf beoordelen of het pad voor jou niet te moeilijk is.

Wegwijzers

Wegwijzers in de Alpen met aanduiding van de moeilijkheidsgraad van het pad (rood en zwart).

Met informatieborden kan je ter plaatse de moeilijkheidsgraad van een pad vaststellen, maar je wil uiteraard reeds bij het voorbereiden van je wandeltocht het juiste pad kiezen. Wil je op voorhand opzoeken hoe moeilijk een pad is, dan kan je een wandelgids, een wandelkaart of een digitale kaart raadplegen.  

Wandelgidsen

Wandelgidsen kunnen op verschillende manieren de moeilijkheidsgraad van een route vermelden. Sommige wandelgidsen gebruiken de officiële wandelschalen, andere hebben een eigen systeem uitgewerkt. Probeer de moeilijkheidsgraad steeds te vertalen naar blauw – rood – zwart.

Een wandelgids van Rother met een duidelijke aanduiding van de moeilijkheidsgraad van de wandelingen.

(blauw, rood en zwart)

Wandelkaarten

Op wandelkaarten maakt men in de legende meestal drie verschillende aanduidingen voor paden: een volle rode lijn, een rode streepjeslijn en een rode stippellijn. Afhankelijk van kaart tot kaart kan de betekenis van die aanduiding verschillen. De volle lijn komt meestal overeen met blauwe en rode routes, de streepjeslijn met zwarte routes en de stippellijnen met alpiene routes.

Erg gedetailleerd is dit niet. Als vuistregel kan je stellen dat een pad naar een berghut zelden of nooit moeilijker is dan een blauwe of rode route. Een bergovergang tussen twee hutten is meestal rood of zwart. Ook een route naar een bergtop is meestal rood of zwart, maar zo’n toproute kan uiteraard ook een alpiene route of zelfs een klimroute zijn.

Legende van de Alpenvereinskarte.

Legende van de Kompass kaart.

Basecamp

Navigeer je met een wandel-app op je smartphone, dan zal je op de digitale kaart zelden informatie vinden over de moeilijkheidsgraad van een wandelroute.

Het is dan nuttig om Garmin’s Basecamp te gebruiken bij het voorbereiden van je wandeltochten, want hier vind je wél informatie over de moeilijkheidsgraden. Als je op de digitale kaart een pad aanklikt, dan toont Basecamp een pop-up scherm met de moeilijkheidsgraad van het pad.

Installeer hiervoor Basecamp op je laptop en download de digitale OSM kaart van het land waar je gaat stappen. In onze cursus ‘Navigeren met een Garmin gps‘ leer je hoe je dat doet. Je hebt geen wandel-gps nodig om op deze manier je wandeltochten voor te bereiden.

Basecamp toont de moeilijkheidsgraad van het pad volgens de Zwitserse wandelschaal. 

Voorbeeld : deze bergovergang (Galtenscharte) is T3.

Routes zonder quotering

Ga je op stap in ver afgelegen wandelgebieden in IJsland, Noorwegen of in Groenland, dan is het mogelijk dat je een route wil volgen waarover je geen informatie vindt.

Voor je aan zo’n tochten begint is het aangewezen om eerst voldoende ervaring op te bouwen in de Alpen, zodat je vertrouwd bent met de moeilijkheidsgraden van bergpaden. 

Met die ervaring bestudeer je de kaart. Bekijk de hoogtelijnen om een idee te krijgen van de hellingsgraad en bekijk een satellietkaart om de ruwheid van het terrein te bestuderen. Zo kan je je op voorhand een beeld vormen van de  moeilijkheidsgraad van je tocht.

Ben je eenmaal ter plaatse, dan kan je nauwkeuriger beoordelen of je de route wel of niet aankan. Ook hier geldt de regel: is het pad moeilijker dan verwacht, keer dan op je stappen terug en zoek een gemakkelijker route.

Noorwegen_2

Je eigen weg banen in Noorwegen.

Het terrein is vlak en er zijn geen gletsjers, maar de blokken maken het wel lastig waardoor je minder snel vooruit komt. 

Meerdaagse trekkings met een zware rugzak

Maak je een huttentocht in de Alpen, dan heb je niet veel bagage bij en je bent met een lichte rugzak op stap. Maak je in een ver afgelegen gebied een meerdaagse trekking, dan neem je een tent, een slaapzak, een matje en voedselpakketten mee. 

Een trekkingrugzak kan makkelijk 12 kg tot 18 kg wegen. 

Met zo’n zware rugzak is het een stuk lastiger om je evenwicht te bewaren en om moeilijke passages te beklimmen. Het is dan verstandig om paden te kiezen die niet moeilijker zijn dan T2/T3.  

Trekking

Op stap met een zware rugzak in Noorwegen.

Vragen / Aanvullingen

Niet gevonden wat je zocht?  Stel hier je vraag!

Niet gevonden wat je zocht?

Stel hier je vraag!