Wandelstreken van België

Wie in België gaat wandelen maakt meteen een onderscheid tussen ‘Vlaanderen’ en ‘De Ardennen’.

Wandelen in Vlaanderen

In Vlaanderen is de natuur teruggedrongen tot honderden kleine en een paar grotere natuurgebieden. Toegegeven: weinig buitenlandse wandelaars bezoeken Vlaanderen om zijn wandelpotentieel, ze zijn vooral in de kunststeden geïnteresseerd. Maar als je in Vlaanderen woont, dan zal je snel ontdekken dat je ook dicht bij huis heel wat schitterende wandelingen kan maken.

Wandelen in de Ardennen

In Wallonië zijn het vooral de Ardennen en de Hoge Venen die bekend staan als premium wandelgebied. Ze vormen een dunbevolkt hoogplateau met eindeloze bossen, heide en weidelandschappen, doorsneden met diep ingesneden riviertjes. Er zijn rotsmassieven, grotten en watervallen. Er zijn toeristische dorpjes, kastelen en ruïnes met elk hun legendes en oude verhalen.

Wandelstreken

Wandelstreken – klik om te vergroten

Geografische streken

Geografische streken – klik om te vergroten

Wandelen in België

We overlopen de geografische streken van Vlaanderen en Wallonië (titels) en staan stil bij de interessantste wandelstreken (bold).

Kuststreek

We beginnen in het westen, aan zee. De kuststreek is een streek apart. Van Frankrijk tot Nederland markeert een bijna ononderbroken rij appartementsblokken de kustlijn. Dat is fijn voor de kusttoerist, maar een wandelaar vindt dat maar niks. 

Toch is er nog altijd de zee, het strand en de duinen. Je kan er lekker uitwaaien langs de vloedlijn, je kan de uitgestrekte duinen van het natuurgebied de Westhoek opzoeken of je kan naar het slikke- en schorregebied van het vogelreservaat van het Zwin.

De polders

Net achter de kust liggen de polders. Deze eindeloze vlakte op zeeniveau is bedekt met grote graslanden en wijde akkers. Door de mens gegraven afwateringskanalen draineren dit laaggelegen gebied. De polders zijn vlak en eerlijk gezegd een beetje saai om te wandelen.

De Vlaamse Laagvlakte

Deze streek bestaat in het noorden vooral uit zand (Zandig Vlaanderen). Meer naar het zuiden toe bevat de bodem ook meer leem (Zandlemig Vlaanderen). Tijdens de IJstijden voeren poolwinden dit zand en leem vanuit het noorden tot in Vlaanderen. Het zwaardere zand valt eerst neer, het fijnere leem waait verder door naar het zuiden.

Het zijn arme gronden die ooit bezaaid waren met kleine keuterboerderijtjes. Die zijn al lang vervangen door industriële varkensboerderijen, pluimveekwekerijen en tuinbouwbedrijven. De bevolkingsdruk is vrij hoog en de lintbebouwing laat weinig van het landschap zien. Ook dit gedeelte van Vlaanderen is niet echt wat je noemt ideaal wandelgebied.

Heuvelland en de Vlaamse Ardennen

Ten zuiden van de Vlaamse Laagvlakte doemen plots de heuvels op van het West-Vlaamse heuvelgebied en de Vlaamse Ardennen. Het zijn heuvels met een hoogte tot 150m die uit ijzerhoudende zandsteen bestaan. Ze zijn vaak bebost omdat ze niet geschikt zijn voor landbouw. 

Je kan in dit heuvelgebied een paar mooie wandelingen maken, maar je zal ook wel wat verharde wegen moeten slikken, en die zijn toch meer het domein van wielrenners.

De Kempen

Ook het onvruchtbare zand van de Kempen is tijdens de laatste ijstijden aangevoerd. Het landschap bestaat vooral uit grasland met melkvee en akkers voor veevoeder. De meest arme gronden zijn niet geschikt voor landbouw.

In de Antwerpse Kempen is het natuurgebied de Kalmthoutse Heide een pareltje voor wandelaars. Het landschap bestaat uit heide, duinen en naaldbossen.

Ook grote delen van de zandgronden van de Limburgse Kempen zijn bedekt met uitgestrekte bossen en heidelandschappen. Je vindt hier de grootste en beste wandelstreek van Vlaanderen: het Kempisch plateau. Het is een puinkegel die bestaat uit grind en zand, door de Maas aangevoerd tijdens de ijstijden. Centraal ligt het Nationaal Park Hoge Kempen dat helemaal op wandelaars is ingericht.

De Leemstreek

Nog verder naar het zuiden zetten de poolwinden een dik pakket leem af.

De vruchtbare leemgronden van de Henegouwse leemstreek en de Brabantse leemstreek zijn heel geschikt voor akkerbouw. Welstellende boeren beschermen er hun eigendommen met de typische gesloten vierkanthoeves die je overal in de streek aantreft. In het glooiende landschap van Midden-België ontstaan door bodemerosie overal holle wegen en valleitjes.

In Haspengouw is de grond vermengd met kiezel en klei. Deze halfvochtige grond is heel geschikt voor fruitteelt. 

In de leemstreek verdringt de landbouw de natuur. Je wandelt dus vooral tussen akkers en boomgaarden. Gelukkig zijn er voor wandelaars ook de uitgestrekte bossen van het voormalige jachtgebied het Zoniënwoud en van het Meerdaalwoud. 

Land van Herve

Helemaal in het oosten ligt het Land van Herve, een plateau met een hoogte tot 350 m dat tot Hoog-België behoort. De diepe ondergrond bestaat uit kalk en krijt. Het glooiende landschap is erg groen: het bestaat uit weiden en boomgaarden, omzoomd door de typische hagen.

Het Land van Herve heeft ontzettend mooie landschappen. Je moet er wel rekening mee houden dat de meest wegen verhard zijn. 

Condroz

De leemplateau’s van Midden-België gaan in het zuiden over in de Condroz. Dit gebied heeft een reliëf als een golfplaat: kammen en dalen wisselen elkaar af. Het reliëf weerspiegelt duidelijk de geologische ondergrond.

De zachte kalksteen erodeert tot lager gelegen gebieden, de weerstandbiedende zandstenen vormen de kammen. De lagere gebieden zijn bedekt met akkers en weiden, de hoger gelegen gebieden zijn bebost.

De Condroz is een rustige, dunbevolkte streek met veel verharde wegen tussen weiden en stroken met bos. Een leuke streek om te fietsen, maar niet de allerbeste wandelstreek.

Fagne en Famenne

De Fagne – Famenne depressie is een smalle strook met kalksteen en schiefer die makkelijk verweren. Hierdoor erodeert het gebied tot een smalle strook die veel lager ligt dan de omliggende geografische streken. Ook deze streek bestaat vooral uit weiden en akkerlanden, met restbossen op de steile hellingen.

Ardennen

De Ardennen hebben een lange en complexe geologische geschiedenis. Ze bestaan uit heel oude gesteenten die door verschillende gebergtevormingen werden vervormd en geplooid.

Tijdens de gebergtevorming van de Alpen gaan de Ardennen mee de hoogte in, een proces dat nog steeds aan de gang is. De vele rivieren van de Ardennen houden gelijke tred met deze opheffing en snijden zich in tot diepe dalen. Hierdoor vertoont het vrij vlakke plateau van de Ardennen toch heel wat reliëf. De westelijke Ardennen worden de Lage Ardennen genoemd, de oostelijke Ardennen zijn de Hoge Ardennen die tot net onder de 700 m reiken.

Helemaal in het oosten vind je de alleroudste gesteenten. De Hoge Venen vormen een van de grootste aaneengesloten hoogveengebieden van Europa, omzoomd door bossen en weiden. Dit is premium wandelgebied!

Overal elders in de Ardennen wandel je door uitgestrekte bossen en weiden. Je vindt er  rotsmassieven, snelstromende rivieren, watervallen en grotten.

Elke rivier vormt een apart wandelgebied met bekende toeristische stadjes.

  • De Amblève (en zijn zijrivieren de Warche, de Salm en de Lienne) met Malmedy, Stavelot, Trois-Ponts, Vielsalm en Coo.
  • De Ourthe (en de Westelijke en de Oostelijke Ourthe) met Houffalize, La Roche-en-Ardenne en Durbuy.
  • De Lesse en de Lomme met Rochefort, Saint-Hubert
  • De Semois met Bouillon, het meest ruwe wandelgebied van België.

Het wandelgebied Trans-Ardennen groepeert alle wandelroutes die over het hoogplateau lopen en de riviervalleien dwarsen.

Lotharingen

Belgisch-Lotharingen ligt terug lager dan de Ardennen en heeft ook een veel jongere geologische geschiedenis. Het landschap bestaat uit cuesta’s: heuvels waarvan de lagen kalksteen en mergel licht mee hellen naar het noorden en steil afbreken naar het zuiden.

De streek is goed wandelgebied met een interessant reliëf en uitgestrekte weiden en bossen, maar er zijn weinig onverharde wegen. 

Vragen / Aanvullingen ?

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel hier je vraag!