STAP 5

Plan een wandeling in Basecamp en verzend ze naar je gps

Voor je op stap gaat zal je eerst een wandeling uitstippelen. Dat kan rechtstreeks op je gps, maar dat is erg onhandig omdat het scherm zo klein is. 

Met de Garmin Explore app kan je de wandeling op je gsm uitstippelen. Dat gaat al een stuk beter dan op je gps, maar je zal al snel merken dat de functies van Explore vrij beperkt zijn. 

De handigste manier is met Basecamp op je computer, daar beschik je over een heel groot scherm én Basecamp is heel rijk aan functionaliteit om wandelingen uit te stippelen.

Maak een wandeling met Basecamp

Om het allemaal overzichtelijk te houden maak je eerst een nieuwe lijstmap aan (Bestand, Nieuwe Lijstmap) waarin je bijvoorbeeld al je wandelingen in België groepeert. 

Hierbinnen maak je dan een lijst (Bestand, Nieuwe Lijst) per wandeling. Je zal hier straks alle Waypoints (Via-punt), Routes (Route) en Tracks (Spoor) aan toevoegen die tot de wandeling behoren. 

Klik op een Lijst om alle informatie van één wandeling te zien. Klik op een Lijstmap om alle wandelingen uit die map te zien, of op Mijn verzameling om al je wandelingen in één oogopslag te bekijken. 

Waypoint

In Basecamp kan je Waypoints (Via-punten) maken. 

Een Waypoint is een punt dat je op de digitale kaart markeert omdat je het altijd wil terugvinden. Het is het startpunt van de wandeling, de parking waar je auto staat, een oversteekplaats over een rivier, een bergtop of de plaats waar je kampeert.

  • Maak in Basecamp een nieuwe Lijst met de naam van je wandeling of activeer een bestaande Lijst.
  • Activeer de kaart van het gebied (Menu, Kaarten).
  • Selecteer de Waypoint functie (klik op Maak een Via-punt of Nieuw Waypoint) en klik daarna op de plaats op de digitale kaart waar je het punt wil maken.
  • Vul alle gegevens in, het wijst zichzelf uit. 
  • De-activeer het Waypoint gereedschap door op het handje te klikken, anders maak je meteen een volgende Waypoint aan.

De hoogte van een Waypoint wordt alleen ingevuld als je toevallig op een hoogtelijn hebt geklikt. Anders zal je de hoogte zelf moeten interpoleren tussen twee hoogtelijnen en manueel invullen.

In Basecamp zijn er twee manieren om het traject van je wandeling uit te stippelen: je kan een Route of een Track maken. Deze begrippen komen bij navigatiesoftware altijd weer terug, maar ze zijn niet altijd op dezelfde manier geïmplementeerd.

Route

Een Route is een traject dat Basecamp voor jou uitstippelt om je van de ene locatie naar een andere locatie te brengen. 

Basecamp houdt daarbij rekening met de Activiteit (Wandelen, Fietsen, Autorijden) die je kiest. Bij het autorijden kiest Basecamp bij voorkeur voor snelle auto(snel)wegen, voor wandelaars kiest hij eerder rustige paadjes. 

Het voordeel van een Route is dat je heel snel een wandeling kan uitstippelen. Het nadeel is dat je zelden het traject voorgeschoteld krijgt dat je precies wil volgen. 

Er zijn hiervoor diverse oplossingen. Door meermaals te klikken en door met Directe Routes te werken kan je het traject dat Basecamp voor jou uitstippelt sterk beïnvloeden.  

Met Routes kan je dus zeker een wandeling uitstippelen in Basecamp. Maar je kan ook een wandeling uitstippelen met het gereedschap Tracks. Omdat het Tracks veel meer mogelijkheden bieden, gaan we in deze snelcursus niet verder in op Routes.

Track

Een Track is een traject dat je zelf punt voor punt uitstippelt om een wandeltraject uit te stippelen. 

Dat is heel wat klikken, maar je tekent precies het traject dat je wil volgen en je kan ook makkelijk dwars door een bos lopen waar je digitale kaart geen paadje kent.

Hoe maak je een Track:

  • Maak in Basecamp een nieuwe Lijst met de naam van je wandeling of activeer een bestaande Lijst.
  • Activeer de kaart van het gebied (Menu, Kaarten).
  • Activeer de Track functie (klik op Teken een spoor of Nieuw spoor) en klik daarna op de plaats op de digitale kaart waar je de wandeling wil starten.
  • Je hebt nu een eerste Track punt gemaakt. Blijf klikken langs het parcours van de wandeling.
  • Als je klaar bent, dan kan je stoppen door op de rechtermuisknop te klikken.
  • De-activeer het Waypoint gereedschap door op het handje te klikken, anders maak je meteen een volgende Track aan.
  • Om een Track punt achteraf te verplaatsen activeer je het verplaatstool (klik op het handje) en je versleept het punt.
  • Om de Track een andere naam en een kleur te geven dubbelklik je op de Track naam in de Lijst.
  • Verken ook de overige functies: een Track dupliceren, omkeren, splitsen en samenvoegen.  

Je hebt nu een Track vanaf nul uitgestippeld. Je kan ook starten met een track van een andere wandelaar en die aanpassen naar je eigen wensen. 

  • Zoek een wandeling op het internet (Routeyou, ViewRanger, Alltrails, Grote Routepaden, Wandelknooppunten …) en download ze op je computer als GPX bestand.
  • Maak in Basecamp een nieuwe Lijst met de naam van je wandeling of activeer een bestaande Lijst.
  • Dubbelklik op de GPX track die je hebt gedownload (je hebt hem allicht bij je downloads staan).
  • De wandeling wordt aan de actieve lijst toegevoegd. 

Als er zich een ander programma dan Basecamp opent, dan heb je niet Basecamp als standaardprogramma ingesteld om GPX bestanden te openen. Klik dan met de rechtermuisknop op het bestand en kies voor openen met Basecamp.

Als de wandeling als Route wordt toegevoegd, klik dan met de rechtermuisknop op de Route en kies voor ‘Maak spoor van route’.

Klik om te vergroten

Hoogteprofiel

Basecamp zal niet automatisch hoogtedata toevoegen als je een Waypoint of een Track maakt. Dat gebeurt pas op het moment dat je de wandeling op je gps plaatst. 

Wil je toch in Basecamp een hoogteprofiel bekijken van een Track die je uitstippelde, ga dan als volgt te werk. 

  • Maak in Basecamp een Track op een gedetailleerde OSM kaart.
  • Sluit je gps aan op de computer. Je zal zien dat er op de gps een Garmin DEM kaart staat. DEM staat voor Digital Elevation Map. Activeer deze kaart in plaats van de OSM kaart.
  • Dubbelklik op de Track in de Lijst. Het venster met detailinfo over de Track opent zich.
    • Mac: Kies bij Spooracties voor Set Track to Map Elevation
    • PC: Klik met de rechtermuisknop op het spoor in de Lijst en kies Stel geselecteerd spoor in op kaarthoogte.
  • Alle Trackpunten worden nu voorzien van hoogtedata uit de DEM kaart.

Je kan nu de hoogtegrafiek voor deze Track weergeven. Je mag terug naar de gedetailleerde OSM kaart terugschakelen, de hoogtedata blijven toegevoegd.

Tips 

Als het profiel niet erg nauwkeurig is, dan kan je in de Track meer Trackpunten maken voor je de hoogtedata (opnieuw) toevoegt. Maak er zeker een op het hoogste en laagste punt van elke stijging of daling.  

Na het afsluiten en heropstarten van Basecamp zal het programma nog enkele gegevens toevoegen: 

  • PC: Hoogste punt, laagste punt, totale stijging, totale daling
  • Mac: Hoogste punt en laagste punt. De totale stijging en daling moet je op je gps aflezen. 

Als je de Track niet zelf maakte maar startte van een GPX bestand, dan is het best mogelijk dat deze Track reeds hoogtegegevens bevat. Als je deze Track aanpast, dan zal je de bovenstaande procedure moeten uitvoeren om aan de nieuwe Trackpunten hoogtedata toe te voegen.

Hoogteprofiel Track Berliner Hütte – Greizer Hütte, Oostenrijk

Klik om te vergroten

Synchronizeer

Je kan vanuit Basecamp Routes, Tracks en Waypoints van Basecamp naar je gps verzenden. 
 
  • Sluit je gps met een USB kabel aan op je computer.
  • Zodra de inhoud van de gps zichtbaar wordt onder Mijn Garmin- toestellen of Toestellen, kan je de wandeling naar je gps sturen.
  • Activeer de Lijst die je wil versturen.
  • Kies in het Menu voor Overdracht, Naar toestel verzenden of Toestel, Verzenden naar toestel en verstuur de Routes, Tracks, Waypoints. De kaart hoef je niet te versturen: je hebt de OSM kaarten reeds op je gps toestel geïnstalleerd.
  • Met een Mac klik je bij Mijn Garmin-toestellen met de rechtermuisknop op de naam van je gps om de gps uit te werpen vooraleer je hem loskoppelt. 

Back-up en Export

Bij het afsluiten van Basecamp bewaart het programma automatisch al je Routes, Tracks en Waypoints in een database op je computer. 

Je kan van deze database regelmatig een back-up te maken (Bestand, Back-up maken).
 
Het is ook een goed idee om een manuele export  van elk van je wandelingen te maken. Met de functie Bestand / Exporteren maak je van de hele Lijst een GPX bestand in een specifiek Garmin formaat. 
 
Met de functie Bestand / Selectie exporteren maak je een GPX bestand van alleen de Track die je selecteerde. Dit bestand kan je ook met andere dan Garmin toestellen of programma’s uitwisselen.
P1000657B2S

Vragen / Aanvullingen ?

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel hier je vraag!